Historie

De komst van Gullemoei
Op een bomvolle Kerstmarkt in het Mollebos heeft de Gilse reus GULLEMOEI zich op zaterdagavond 15-12-2012 voor de eerste keer vertoond aan de inwoners van Gilze. Tijdens het verhaal van de reuzenfluisteraar Jan Hoevenaars, kwam GULLEMOEI langzaam uit de struiken naast het podium in het Mollebos en draaide zich vervolgens om zodat iedereen haar in volle glorie kon aanschouwen.

jan_hoevenaars_01

Lieve jongens en meisjes, beste ouders, jongelui en oude mensen. Ik ben de reuzenfluisteraar en ik ga jullie het verhaal vertellen van Gullemoei: de aardigste reuzin uit de verre omtrek. Maar hoe kent ge haar dan, zul ge vragen? Nou, dat komt zo. Nog niet zo lang geleden liep ik over de Wolfgatsebaan diep, diep in de Chaamse bossen. Het was al bijna donker. De boomstammen blonken nog van de voorbije regen. Mistflarden kwamen aandrijven uit een weiland dat daar midden in het bos ligt. Plotseling vloog er een grote uil vlak voor me, laag over de weg en stootte zijn klagelijke schreeuw uit. Mijn hard bonsde zo hard in mijn keel dat ik haast niet merkte dat iemand me op mijn schouder tikte. Ik keek om en zag daar een vrouwreuzengestalte die hoog boven mij uit torende. De gestalte bukte zich voorover en ik zag de uil op haar schouder zitten. “Niet bang zijn meinske, ik ben het maar, Gullemoeike”. Haar stem klonk traag, zwaar en zangerig, eigenlijk wel lief. “En dit is mijn uiltje. Ik houd  van uiltjes net als van meinskes want veel verschil is er niet. Maar meinskes zijn zo bang uitgevallen. Daarom heb ik mij altijd onzichtbaar gemaakt. Maar deze heb ik nodig. Hoe heet dit meinske”. Terwijl ze mijn antwoord afwachtte brak ze een flinke tak boven uit een eikenboom die daar stond en begon er op te kauwen alsof het zoethout was. “Jjjjjejeje Ja Jantje uh Jan” stotterde ik. Ondertussen hield ik de zwiepende tak scherp in de gaten, want als Gullemoei mij er per ongeluk mee zou raken, dan zou het met mij zo goed als zeker afgelopen zijn.
“Meinske Jan moet voor mij een verhaal opschrijven en aan de andere meinskes in Gilze vertellen, want ik ben van plan om me daar te komen vertonen bij alle grote gebeurtenissen van de verenigingen en buurten en nog meer, want ik hou van feesten”. Het viel me op dat Gullemoei op zijn Gils sprak, maar ik heb het voor jullie maar in half deftig Nederlands vertaald. “Gils is mèn durp” zei ze, “maar dat weten de meinskes daar nog niet en als ik me zomaar vertoon zal iedereen erg schrikken. Dus meinske Jan, begin maar vast op te schrijven wat ik vertel.” “Mar Gullemoeike toch” zei ik, toen ik over de grootste schrik heen was. Ik begon zelfs al enige schik in ’t geval te krijgen. “Ik heb toch geen pen en papier bij me; hoe kan ik het dan noteren? Waarom gaat uwes niet mee naar mijn huis, daarginder. Het is buiten het dorp en het is al donker, dus uwes kunt er ongezien wel komen, zeker als uwes door de weilanden gaat. Ik ga dan met de auto. Meerijden kunt uwes niet.” Zo gezegd, zo gedaan. Gullemoei was te voet net iets eerder bij mij thuis dan ik met de auto. Ze ging achter de schuur staan en ik zat in het hooiluik boven op de zolder met pen en papier. Zo spraken we op gelijke hoogte. En Gullemoei begon te vertellen. Ze vertelde van haar familie, haar vader Pa Puit en haar moeder Ma Maai, die ook ergens in de Chaamse bossen leven; ze zei dat ze in het jaar 250 voor Christus geboren was, op 12 december nog wel en dat ze in het jaar 700 na Christus, ter gelegenheid van haar meerderjarigheid Gilze als haar eigen dorpke had gekregen, zoals elk dorp toen aan een of andere reus toebehoorde. Ze zei ook dat Reuzen naar menselijke berekening erg oud kunnen worden. Zelf was ze met 2.262 jaar nog tamelijk jong. Maar haar oudoom, de oudste van haar eigen familie, hij heet nu Ouwe Stok, telt om en nabij de 7.050 jaar. Maar dat is wel uitzonderlijk. “En”, zei ze, “reuzen eten het liefst eikenbomen. We hebben er niet veel van nodig, want het is stevige kost en reuzen hebben bovendien een trage spijsvertering. Wij zijn trouwens in alles wat traag, maar wel oerdegelijk”. En zo vertelde Gullemoei van alles over haar reuzen leven, maar dat kun je allemaal hier lezen op Gullemoei’s website. Op een gegeven moment ging de vrouwreus wat tegen mijn schuur aanleunen. “Ho ho” riep ik verschrikt, want de houten constructie begon flink te kraken. “Als uwes onder de mensen wilt komen moet uwes wel een beetje voorzichtig zijn hoor, want er is geen verzekering die zo’n reuzenschade wil betalen”.
“Oh”, zei ze en deed pardoes een grote stap achteruit. Aj, tegen een oude wilgeboom. Die stond meteen zo scheef als de toren van Pisa. “Nou, die boomkes van meinske Jan zijn ook niet veel bijzonders. Heb hij ook eikenbomen?” “Uh, nee”, loog ik. “Vertel maar gauw verder. Wanneer dacht uwes voor het eerst in Gilze te verschijnen?”. “Op het eerste feestje nadat ik 2.262 jaar ben geworden. Weet meinske Jan wanneer er iets te doen is na 12 december?” “Nou, op 15 December is er de kerstmarkt in ons Mollebos, misschien is dat wat. Maar eerst moeten we uwes natuurlijk inschrijven in onze gemeente. Onzichtbare lieden hoeven daar geen rekening mee te houden, maar als gij uwzelvers in het openbaar vertoont moet dat. Van de burgemeester moet het en ook van de wethouders en van de koningin ook nog.” “Ha, ha, ha, wat een rare meinzengewoontekes houden de meinskes er op na. Maar het meinske doet maar zijn best. Ik kom wel op de kerstmarkt. Hoe laat zal ik er zijn? En is meinske Jan er dan ook, want alleen ben ik te verlegen.” “Nou Gullemoei, da’s afgesproken; maar uwes moet eerst nog een schoon stel kleren hebben. Ik zal enige naaisters gaan vragen om ze voor uwes te maken. Wat zijn uwzelvers maten?”  “Schouders 2 hele passen, taille 1,5 pas en op de heupen 3 passen en een beetje, hemelsbreed dan. Lengte 6 passen. Al met al een heel gepas; ho, ho, ho. Alle kleuren mogen als het maar paars met wit is. Als ze af zijn legt meinske Jantje ze maar naast het Maaivenneke in het bos; ik wilde me daar dit jaar toch nog eens wassen.” “Goed, ik zal het zo doen Gullemoei. Komt uwes dan zelf naar ’t Mollebos op 15 december, tegen 7 uur ’s avonds? Ik zal er ook zijn en de mensen daar op uwzelvers eigen komst voorbereiden. Houdt gij uwzelvers eerst maar een beetje schuil in de donkerte tot gij uwes niet meer in kunt houden. Denk er wel aan en schrik niet: uwes komt dan wel vol in de schijnwerpers te staan.” Aaaah, dag Gullemoei, uwes is toch durven komen. Heel fijn dat gij uwzelvers zo bloot durft te geven. Welkom in Gilze.